skip to Main Content

Nairobi

De Nairobi Nursery is de eerst stap in de reis van een weesolifantje terug naar het wild. Het is de plek waar babyolifantjes die alles verloren hebben weer familie en een toekomst kunnen vinden. Er was geen opgezet idee om een ​​geheel weeshuis op te richten; de Trust werd opgericht in 1977, ter nagedachtenis aan David Sheldrick. David Sheldrick heeft Tsavo East National Park opgericht, samen met zijn vrouw Daphne heeft hij door de jaren heen een aantal verweesde dieren verzorgd. In de loop der jaren nam Daphne Sheldrick steeds meer de taak op zich om te helpen bij het grootbrengen van een aantal verweesde babyolifantjes die naar het nabijgelegen hoofdkwartier van het Nairobi-park gebracht werden wanneer ze werden gevonden. De zorg voor de babyolifantjes bleek echter een logistieke uitdaging te zijn: tijdens hun ‘kindertijd’ hebben babyolifantjes om de drie uur melkvoeding en toezicht nodig. Toen in 1986 nog een weesolifantje werd gered, verzocht Daphne om dit olifantje te verzorgen bij haar huis in het Nairobi National Park, in plaats van het hoofdkwartier.

Dit is het begin van de opvang in Nairobi. Het begon allemaal met het kleine olifantje genaamd Olmeg. Naarmate er nieuwe reddingsacties kwamen, moest de opvang groeien om aan hen en hun behoeften tegemoet te komen. In meer dan veertig jaar veranderde de opvang in wat het nu is: een opvangcentrum voor maar liefst 36 weesolifantjes. 5 daarvan heeft Vrienden van de Olifant in haar peetouderprogramma mogen opnemen: Kerrio, Esoit, Naleku, Olorien en Roho.

Maxwell, Kiko en Pea

De opvang is gespecialiseerd in het opvangen van verweesde babyolifantjes, maar is ook een thuis voor andere verweesde dieren zoals de blinde zwart neushoorn Maxwell en Kiko de giraf. Kiko gaat regelmatig mee een wandeling maken met de weesolifantjes.

Omdat Maxwell blind is zal hij niet zoals de weesolifantjes terug kunnen naar een leven in het wild. Zwarte neushoorn mannetjes zijn erg territoriaal en dat zou betekenen voor Maxwell dat hij nooit een territorium zou kunnen verdedigen. Hij zou niet kunnen overleven in het wild en daarom zal hij zijn hele leven bij de opvang blijven. Gelukkig komt hij geen vrienden te kort, de weesolifantjes zijn vaak heel nieuwsgierig naar Maxwell en er is dan ook regelmatig interactie tussen hen. In het filmpje hiernaast is te zien hoe weesolifantje Roho een bezoekje brengt aan Maxwell.

De opvang ligt in een beboste hoek van het Nairobi National Park, dat uitkomt op uitgestrekte vlaktes bezaaid met acaciabomen en wordt onderbroken door rivieren. Wanneer het regent is er om de paar honderd meter een modderig stuk, wat voor de weesolifantjes een plezierige activiteit met zich meebrengt. Het kreupelhout kan bijzonder dik worden wanneer het uitzet en daardoor kan het een hele opgave zijn om onder deze omstandigheden alle kleine olifantjes in het oog te houden. Dit is de eerste prioriteit van de verzorgers, omdat er dieper in het park echte gevaren op de loer liggen als een weesolifantje te ver zou afdwalen.

Een aantal jaren geleden werden de weesolifantjes ook vergezeld door twee struisvogels, genaamd Pea en Pod. In de opvang zijn alle verweesde dieren en verzorgers veilig, maar wanneer ze naar het nationale park gaan betekent dit dat ze ook te maken krijgen met andere wilde dieren, zoals leeuwen. Op een dag trokken de weesolifantjes onder begeleiding van hun verzorgers naar het park samen met Pea. Toen de weesjes eten aan het zoeken waren in het bos, raakten ze in paniek door de komst van drie leeuwen. Zij waren een kudde impala’s gevolgd en hadden Pea in hun visier. De verzorgers moesten zo snel mogelijk reageren en moesten de weesolifantjes en Pea bij elkaar verzamelen. Pea was nergens meer te vinden. De verzorgers zagen op een grote afstand dat de leeuwen geslaagd waren om een prooi te vangen, alleen konden ze te voet niet dichtbij genoeg komen om te zien of dit om Pea ging. Ze waren genoodzaakt terug te keren naar de opvang. Later bleek dat waar de verzorgers bang voor waren werkelijkheid was geworden; de leeuwen hadden Pea te pakken gekregen en dood gebeten. De verzorgers moeten dus altijd op hun hoede blijven, zowel voor de weesjes als voor hen zelf.

Ochtend in Nairobi

De dagen beginnen vroeg in de opvang. Lang voordat de warme gloed van de dageraad is aangebroken, is het binnen de opvang al een bijenkorf van activiteit. Er wordt melk gemengd voor de weesolifantjes en thee gezet voor de verzorgers. In het nachtverblijf beginnen de weesolifantjes wakker te worden. Boven hen slaapt hun verzorger. Sommigen olifantjes zijn nogal ongeduldig en willen hun dag het liefst gelijk beginnen en trekken de dekens van hun verzorger af, zodat hij wakker kan worden. Zodra de weesolifantjes merken dat hun buren ook wakker geworden zijn, komt de hele opvang tot leven met een reeks gerommel en getrompetter.

Het hardwerkende team is al druk bezig met het voorbereiden van het ontbijt, voor zowel olifanten als verzorgers. Terwijl de koks een ontbijt met thee en chapati’s klaarmaken, wacht er altijd een groep halftamme wrattenzwijnen buiten, verlangend naar wat lekkers, ook zij hebben de opvang ontdekt. Ondertussen bereiden de verzorgers de melkvoeding voor elk weesolifantjes. Dit is een 24-uursrol; deze taak word gerouleerd tussen de verzorgers aangezien babyolifantjes om de drie uur gevoerd moeten worden. In de ochtend wordt elke stal van twee flessen melk voorzien en wordt er een emmer buiten gehangen. De olifantjes genieten van de melk met specifieke formules die zijn afgestemd op hun leeftijd en behoeften, die ze in recordtijd naar binnen slurpen.

Met de ochtendvoeding uit de weg, is het tijd om officieel de dag te beginnen. De jongste baby’s komen als eersten uit hun stallen, nog steeds gebundeld in hun kleurrijke dekens om de ochtendkou af te weren. Sommige weesjes moeten uit hun kamer worden gelokt, vooral als het regent of een beetje koud is, terwijl anderen nauwelijks kunnen wachten om herenigd te worden met hun vriendjes. De meeste ochtenden komt iedereen bijeen bij de poort van de neushoorn Maxwell. Soms zijn er dagen dat ze hem allemaal begroeten door hem te strelen met hun slurf en soms racen ze zijn omheining voorbij.

Ontdekken en badderen

De ochtend wordt verder doorgebracht in het Nairobi National Park. Babyolifantjes hebben behoeften aan constante stimulatie, dus er wordt voor gezorgd dat geen dag hetzelfde is. Gewoonlijk stellen de verzorgers een richting voor, zij weten precies waar de weesolifantjes een overvloed aan groen of een sprankelende waterbron kunnen aantreffen. Maar de verzorgers vinden het ook belangrijk dat de olifantjes doen waar ze zelf zin in hebben. Daarom neemt er af en toe een van de weesolifantjes het voortouw en kiest een route. Meestal is dit het olifantje dat zich al zelfverzekerd genoeg voelt en graag de zorg op zich wilt nemen van de andere olifantjes binnen de kudde van de opvang; de mini matriarch.

Voor olifanten van alle leeftijden is het zoeken van groen het meest belangrijke deel van de dag. Elke weesolifantje wordt voorzien van voeding via melkflessen en vers gesneden groenten, maar wanneer ze in het park zijn, zijn ze nog steeds op zoek naar smakelijke wortels en scheuten. Wanneer ze iets hebben gevonden strippen ze ijverig het schors van takken of foerageren naar groen. De kleinsten hebben hier moeite mee. Normaal gesproken zou hun moeder of tantes het olifantjes leren hoe het eten moet zoeken. Dit is het moment dat de verzorgers hun taak vervullen; ze helpen een handje en laten ze zien welke planten het beste kunnen worden gegeten.

Terwijl elke dag nieuwe avonturen met zich meebrengt, wordt het modderbad en de melkvoeding om 11:00 uur ingepland. In kleine groepjes worden de weesolifantjes terug gebracht naar deze melkvoeder plaats, zodat het geen chaos wordt. De olifantjes stormen dan naar plek om zo snel mogelijk een lekkere melkfles te kunnen bemachtigen. De meer ondernemende weesolifantjes onderzoeken de kruiwagen met de lege flessen, voor het geval er nog wat over is.

Na de melkvoeding kunnen de weesolifantjes genieten van de zon en het spetteren in het water. Sommige weesolifantjes duiken met hun hoofd in de modder, terwijl anderen liever wat fijner grond over hun lichaam gooien. Elk olifantje krijgt weer nieuwe energie van hun melk, en die energie gebruiken ze in stevige worstelwedstrijden en pittige spelletjes.

De rest van de dag verloopt rustiger. De middagen kunnen erg heet worden in Nairobi, dus trekken de weesjes zich terug in het bos, waar ze rondwandelen in de schaduw van de bomen. De opvang ligt centraal in het Nairobi National Park, dus ze komen tijdens hun dagelijkse verkenningen in contact met allerlei soorten dieren in het wild. Giraffen voeden zich met de acacia’s op de vlaktes en observeren nieuwsgierig de rij marcherende olifanten. Impala’s, die zijn opgegroeid met het zien van dit beeld en zich dag na dag herhaalt, knipperen nauwelijks met hun ogen als de kudde hun pad kruist. Af ​​en toe komen de weesolifantjes zelfs zwarte neushoorns tegen. Leeuwen en luipaarden, worden over het algemeen afgeschrikt door de aanwezigheid van de verzorgers. Dat weerhoudt de weesolifantjes er niet van om een grote opschudding te veroorzaken over de meest onschuldige ontmoetingen met dieren in het wild. Iets onschuldigs als een kameleon die uit de takken tuimelt, is genoeg om een ​​totale hysterie te veroorzaken bij de kudde!

Terug naar de opvang

Om 5 uur is het tijd om terug te keren naar de opvang. Terwijl de weesolifantjes in het bos zijn, is het team verzorgers in de opvang druk bezig geweest om ervoor te zorgen dat alles in orde is voor hun komst. De verzorgers hebben elke stal schoongemaakt en gevuld met een verse laag hooi, wat snijgroenten en twee flessen warme melk. Gewassen dekens liggen netjes opgevouwen over staldeuren, klaar om de weesolifantjes te voorzien van een prettige nachtrust.

De weesolifantjes weten welke stal van hen. Terwijl de opvanglocaties in Ithumba, Voi en Umani gemeenschappelijke slaapplaatsen hebben, hebben de weesolifantjes in Nairobi individuele stallen. Babyolifantjes zijn erg kwetsbaar en in het wild slapen ze beschermend in het midden van hun kudde. Dit wordt nagebootst door middel van gezellige, met hooi omzoomde vertrekken. Natuurlijk slapen ze nooit alleen: een verzorger slaapt bij elk babyolifantje en biedt de hele nacht gezelschap, zorg en melkvoeding. Ze worden vaak gevraagd om troost te bieden wanneer het onweert of regent, dan krijgen de olifantjes een geruststellende knuffel.

Nieuwe reddingen komen meestal in slechte staat naar de opvang toe. Tijdens deze beladen eerste weken hebben ze een zeer zorgvuldige benadering nodig om ervoor te zorgen dat het babyolifantje overleefd. Omheinde stallen dienen daarom als extra alertheid. Zo kan er makkelijker toezicht gehouden worden op elk olifantje in plaats van dat ze allemaal door elkaar heen lopen of liggen te slapen. Naarmate ze ouder worden, worden ze wat claustrofobisch in gesloten stallen. Daarom zijn er ook grotere open stallen, waardoor de grotere olifantjes alsnog beschermd onder de sterren kunnen slapen.

Als ze volwassen zijn, zullen deze olifantjes hun nachten doorbrengen op de vlakten van Tsavo, zwervend onder de met sterren bezaaide hemel. Voorlopig vallen ze echter in slaap onder het toeziend oog van hun verzorgers en alle olifantjes in de kudde van de opvang die bij elke stap aan hun zijde zal staan, totdat ze klaar zijn om hun plaats in het wild terug te winnen. Maar ze hebben nog een lange weg te gaan, wanneer ze groot genoeg zijn, mogen ze hun reintegratie proces voortzetten in een van de andere opvanglocaties; Ithumba, Voi of Umani.

Geef jij een nieuwe toekomst aan een weesolifantje?

Adopteer
Kerrio, Esoit,
Naleku, Olorien
of Roho

© Alle foto’s en video’s op deze pagina zijn beschikbaar gesteld door de Sheldrick Wildlife Trust. Veel foto’s zijn gemaakt door Mia Collis.

Back To Top