fbpx
Content voor Ingelogde Gebruikers

Olifanten informatie

Je vindt hier informatie over hoe en waar olifanten leven. Met deze informatie kun je een mooi werkstuk maken of een spreekbeurt houden. Je kunt de tekst voor je werkstuk of spreekbeurt van de website halen. Maar pas de tekst wel aan in je eigen woorden, want leerkrachten lezen ook deze informatie als zij een beoordeling over een werkstuk of spreekbeurt moeten geven.

1. Voorwoord

Voor veel (vooral jonge) mensen is de olifant het dier waar zij ontzag voor hebben en die zij het meest bewonderen. Zij vinden olifanten mooie dieren, die beschermd moeten worden. De olifant is het grootste en zwaarste dier dat op het land leeft en gezonde volwassen olifanten hebben geen natuurlijke vijanden. De mens is de enige werkelijke bedreiging voor olifanten, omdat olifanten en mensen allebei veel ruimte, voedsel en water nodig hebben.

Olifanten zijn heel intelligente dieren, die in wezen niet voor de mens onderdoen. Alleen de olifant gebruikt zijn intelligentie niet om anderen te doden of om er zelf beter van te worden. Het sociale gedrag van olifanten is bijzonder. Mensen kunnen in veel gevallen een voorbeeld nemen aan olifanten. Ze zijn vredelievend en hebben geen territorium. Bij droogte delen zij het water en voedsel met elkaar. Ze hebben een speciale wijze van met elkaar praten (dit wordt “communicatie” genoemd), waarvan het infrasoon geluid niet door mensen gehoord kan worden. Hiermee kunnen olifanten over grote afstanden van vele kilometers met elkaar praten.

Olifanten zijn gefascineerd door de slagtanden en beenderen van dode olifanten. In de meeste gevallen weten zij van wie de beenderen afkomstig zijn en tonen hun respect, door bij de beenderen stil te staan en deze voorzichtig met hun slurf te betasten. Als olifanten een dood mens aantreffen, staan zij ook stil bij het dode lichaam en bedekken deze vaak met stof of takken. Olifanten doen dit bij geen enkel ander dier. Olifanten zijn heel sociaal, raken elkaar vaak aan en strelen elkaar. Zij hebben ongeveer dezelfde emoties als mensen. Ze zijn blij als familieleden elkaar tegenkomen. Olifanten zorgen voor hun gezinsleden en voor zwakke of gewonde leden en treuren over een dode metgezel.

De in deze olifanten-informatie gebruikte foto’s zijn o.a. gemaakt door: Rhett-A-Butler, Louis Drent, Jan van Duinen, Harry de Grood, Rob Faber, Erik Joosten, Betty-Lou Luyken en Jonas van de Voorde.

2. Verschillende soorten olifanten

Olifanten kunnen, net als alle levende wezens, geclassificeerd worden in een taxonomisch manier. Dit classificatiesysteem helpt om de relaties tussen olifanten en andere dieren te begrijpen. Olifanten zijn als volgt geclassificeerd:

Rijk:ANIMALIA
Stam:CHORDATA
Klasse:MAMMALIA
Superorde:AFROTHERIA
Orde:PROBOSCIDEA
Familie:ELEPHANTIDAE

Olifanten zijn natuurlijke dieren (Animalia), ze hebben een ruggengraat (Chordata) en ze zijn zoogdieren (Mammalia), net als mensen. De oorsprong van deze groep dieren is ongeveer 50 miljoen jaar geleden begonnen in Afrika (Afrotheria), en deze dieren hebben een slurf (Proboscidea). De olifant en de mammoet zijn geclassificeerd als echte olifanten (Elephantidae). Al deze groepen zijn specifiek van rijk naar familie, en verder naar geslacht, soort en soms ondersoort.

In de vrije natuur leven olifanten op 2 continenten: Afrika en Azië. De Afrikaanse olifanten bestaat uit twee soorten en deze soorten hebben ondersoorten, dit is met DNA-technieken vastgesteld. Dieren van dezelfde soort kunnen vruchtbare nakomelingen baren. Maar dieren van verschillenden soorten kunnen geen vruchtbare nakomelingen baren, denk aan muilezels (kruising van een paard en een ezel).

Savanne-olifant Loxodonta africana

Kenmerken:

Gewicht4000 – 7000 kilo
Hoogte3 – 4 meter
Huiddonkerder, heeft meer haar, vooral op de slurf en bij de mond.
Orenvorm lijkt op Afrika
Slagtandengebogen, dikker
Voetnagelsvoor: 4 of 5, achter: 3, 4 of 5.

West-Afrikaanse olifant Loxodonta africana (ondersoort nog niet gedefinieerd)

Kenmerken:

Gewicht4000 – 7000 kilo
Hoogte2,5 – 3,5 meter
Huidmiddel grijs
Orenvorm lijkt op Afrika
Slagtandenlanger, rechter
Voetnagelsvoor: 4 of 5, achter 3, 4 of 5

Woestijn-olifant Loxodonta africana (ondersoort nog niet gedefinieerd)

Kenmerken:

Gewicht3200 – 6400 kilo
Hoogte3,5 – 4 meter
Huidgrijs, maar neemt de kleur aan van de grondkleur
Orenvorm lijkt op Afrika
Slagtandenharder, dikker
Voetnagelsvoor: 5, achter: 5.

Bosolifant Loxodonta cyclotis

Kenmerken:

Gewicht2000 – 4000 kilo
Hoogte2 – 3 meter
Huidlichter, niet zoveel haar, behalve de jonge olifantjes.
Orenronder
Slagtandenrechter, dunner
Voetnagelsvoor: 5, achter: 4.

Indische olifant Elephas maximus Indicus

Kenmerken:

Gewicht2500 – 4500 kilo
Hoogte2 – 3,5 meter
Huidglad en licht, lichte pigmentvlekken.
Orenklein, vorm lijkt op India

Sri Lankaanse olifant Elephas maximus maximus

Kenmerken:

Gewicht2000 – 5500 kilo
Hoogte2 – 3,5 meter, Grootste Aziatische ondersoort
Huiddonker, heeft veel lichte pigmentvlekken op de oren, gezicht, slurf en buik.
Orengroter

Sumatraanse olifant Elephas maximus sumatranus

Kenmerken:

Gewicht2000 – 4000 kilo
Hoogte2 – 2,5 meter
Huidlichtste, zonder veel pigmentvlekken.
Orenkleinst

Borneose dwergolifant Elephas maximus borneensis

Kenmerken:

Gewicht1500 – 2500 kilo
Hoogte1 – 2 meter
Huidbruin/grijs
Orengroter

De woestijnolifant is genetisch dezelfde als de olifant in Etosha (het meer dat in het binnenland van Namibië ligt). Het verschil is dat woestijnolifanten aangepast zijn aan het droge woestijnklimaat. Een woestijnolifant kan 4 dagen zonder water, zijn neef in Etosha drinkt 160 liter water per dag!
De Salvadora en Tamarisk struiken die in de rivierbedding groeien zijn het lievelingsvoedsel van de woestijnolifanten.

Er is een debat onder zoölogen en wetenschappers over de vraag of de woestijnolifanten moeten worden aangemerkt als een aparte soort olifant of als ondersoort van de savanne-olifant.
Woestijnolifanten zijn zeer goed aangepast aan het leven onder de specifieke omstandigheden van de woestijn. Ze verplaatsen zich routinematig over grote afstanden tussen de verschillende voedselgebieden en de verspreid liggende drinkplaatsen, waar ze drinken tijdens het droge seizoen. Afstanden van 70 kilometer worden regelmatig gelopen. De seizoensgebonden rivieren zijn afhankelijk van de lokale regenbuien voordat ze boven de grond stromen. In tijden van droogte stroomt het water nog steeds, maar diep onder het woestijnzand. Woestijn-olifanten weten dit water door graven te bereiken.

Woestijnolifanten komen voornamelijk voor in de Kaokoland en Damaraland regio, in het noordwesten van Namibië. Woestijnolifanten voeden zich met een breed scala aan planten en bladeren, scheuten, schors, bloemen, fruit, bollen, knollen en wortels en gras en zegge. Ze hebben een voorkeur voor verschillend seizoensgebonden voeding. Tijdens het regenseizoen eet de woestijnolifant meer gras, dat dan overvloedig beschikbaar is. De grijze kleur van hun huid ziet er vaak anders uit door hun gewoonte een stof- of modderbad te nemen. Ze nemen dan de kleur aan van de bodem. Woestijnolifanten zijn iets kleiner dan de Savanne-olifant.

De Aziatische Olifant heeft vier ondersoorten.

Afrikaanse olifant (Loxodonta)

Kenmerken:

Gewicht4000 – 7000 kg
Schouderhoogte3 – 4 meter
Hoogste punttop van de schouder
Rughol
Buikhorizontaal bij vrouwtjes, schuin omhoog bij bullen
Hoofdgeen uitstulpingen
Orengroot, ze bedekken de schouders, hebben de vorm van Afrika
Huidgerimpeld
Slagtandenbullen en vrouwtjes hebben slagtanden, maar aantal olifanten zonder slagtanden neemt toe.
Slurfmeer ringen en soepeler, 2 vingers aan het uiteinde

Aziatische olifant (Elephas maximus)

Kenmerken:

Gewicht3000 tot 5000 kg
Schouderhoogte2 – 3,5 meter
Hoogste puntpunt top van het hoofd
Rugbolrond
Buikhorizontaal of verzakt in het midden
Hoofd2 bulten op het voorhoofd
Orenklein, hebben de vorm van India
Huidsoepeler
Slagtandenalleen de bullen hebben slagtanden, maar tegenwoordig zijn er veel bullen zonder slagtanden
Slurfminder ringen en stijver, 1 vinger aan het uiteinde

Afbeelding 1. Een typische Afrikaanse olifant (Loxodonta; links) en een Aziatische olifant (Elephas maximus; rechts).

3. Evolutie en verwanten

Olifanten zijn de grootste en zwaarste moderne landdieren. Van bijna alles hebben olifanten de grootste: oren, kiezen, poten, ingewanden enz. De belangrijkste kenmerken van de olifanten zijn: de slurf, slagtanden en oren.

3.1. Slurf
Alleen olifanten hebben een slurf. De verlengde neus van een tapir, zeeolifant en spitsmuis worden ook wel slurf genoemd, maar deze slurven lijken totaal niet op de slurf van een olifant. Een slurf bestaat uit tienduizenden spiertjes, waardoor hij heel soepel en sterk is. Een olifant kan er een boomstam mee optillen, maar ook een muntstuk van de grond oprapen. Voor olifanten is de slurf een hand, neus en radar tegelijk. Eigenlijk is een slurf in de loop van de jaren ontwikkeld uit de neus en de bovenlip van de olifanten. Binnenin de slurf zitten twee buizen, die overeenkomen met de neusgaten. Waarschijnlijk hadden de vroegere slurfdieren wel al slagtanden, waardoor ze moeilijker bij het voedsel konden komen. De slagtanden zaten een beetje in de weg en een langere neus maakte het eten dan makkelijker.

De slurf is een grijparm om zowel grote en zware, als kleine dingen op te tillen. Olifanten pakken voedsel beet met hun slurf en steken het zo in hun mond. Op deze manier hoeven zij niet te bukken om het eten van de grond te rapen. Ook het drinken doen ze met de slurf. Een olifant zuigt zijn slurf vol water (de hoeveelheid van een emmer) en daarna tilt hij z’n hoofd op en laat het water in z’n mond lopen. Een olifant zuigt het water dus niet direct naar binnen (als wij water in onze neus krijgen, dan begrijp je waarom). Olifanten kunnen hun slurf vol water zuigen, terwijl hun mond openstaat. Het uiteinde van de slurf is eigenlijk de hand van de olifant. De Aziatische olifant heeft één en de Afrikaanse twee vingerachtige uitsteeksels (Afbeelding 2). Het oude Indische woord voor olifant is hastin, dit betekent: het dier met een hand. Een olifant gebruikt de slurf als een douche. Olifanten moeten hun huid geregeld met water en daarna met stof of zand besproeien en daarvoor is de slurf heel handig. De slurf is een middel om andere olifanten of andere dieren zacht of hard aan te raken. Een olifant kan behoorlijk hard slaan met zijn slurf, maar ook zachtjes aaien. Moeders gebruiken hun slurf vaak om kleine olifantjes weg te houden van dingen waarvan ze moeten afblijven. Als olifanten met elkaar wat willen knuffelen, dat kronkelen hun slurven rond elkaar of ze steken hun slurf in de mond van de andere. De slurf wordt gebruikt om geluid te maken. Het bekendste geluid van een olifant is het trompetteren. Het trompetteren doet een olifant door lucht met kracht door zijn slurf te persen.

Aziatische olifant

Afrikaanse olifant

Afbeelding 2. Verschillen tussen de slurf van een Aziatische olifant en een Afrikaanse olifant.

Olifanten kunnen goed zwemmen en dat doen zij ook erg graag. Ze gebruiken dan hun slurf als een snorkel en zijn gigantische lichaam helpt hen om drijvend te blijven. Het enthousiasme van olifanten om te zwemmen helpt hen om naar eilanden te gaan.

Een olifant kan heel goed ruiken. Soms steken olifanten hun slurf in de lucht en draaien ze hem naar alle kanten om alle geuren op te snuiven. Het hangt af van welke kant de wind komt, maar normaal kunnen ze andere olifanten ruiken, ook als deze kilometers ver weg staan.

Kleine olifantjes weten in het begin niet precies hoe ze met hun slurfje moeten omgaan. Dat ding hangt er maar wat te bengelen aan hun neus. Ze drinken melk bij hun moeder met hun mond en als ze andere dingen gaan eten, bijten ze eerst zoals alle andere dieren. Soms trappen ze er zelfs per ongeluk op! Gaandeweg leren ze hoe ze hun slurf moeten gebruiken en ontdekken ze hoe handig deze is.

3.2. Slagtanden
De meeste Afrikaanse olifanten, zowel bullen (mannetjes) als vrouwtjes, hebben slagtanden maar de slagtanden van vrouwtjes zijn altijd kleiner dan van de bullen van een vergelijkbare leeftijd. Bij de Aziatische olifanten hebben alleen de bullen slagtanden en dan nog niet eens alle bullen. Op Sri Lanka heeft slechts een klein gedeelte van bullen slagtanden, die tuskers worden genoemd. Die slagtanden zitten in de bovenkaak en zijn eigenlijk de snijtanden (niet de hoektanden, zoals bij walrussen en bepaalde varkenssoorten). Slagtanden zijn hoofdzakelijk gemaakt van dentine, met een buitenste laag cementum en glazuur op de top (Afbeelding 4a). Een dwarsdoorsnede van een slagtand laat de lagen van dentine zien. De lagen zijn groeilijnen net als bomen, omdat de slagtanden blijven groeien gedurende het leven van een olifant. (Afbeelding 4b).

Afbeelding 4a. Diagram van de structuur van een slagtand.
Afbeelding 4b. Doorsnede van een slagtand.

Op de eerste plaats zijn slagtanden voor olifanten hun statussymbool: het is een teken van kracht. De bul met de grootste slagtanden wordt over het algemeen met het meeste respect benaderd. Slagtanden worden door een olifant ook als wapen gebruikt: daarvoor zijn ze ook oorspronkelijk bedoeld. Jonge bullen vechten wel met elkaar en dan zijn de slagtanden gevaarlijke wapens. Bullen vechten soms met elkaar om uit te maken wie er kan paren met een vrouwtje. Vooral als een van de bullen in musth (zie onder ‘Opgroeien’ voor de betekenis) is, dan kan de verliezer dodelijk gewond raken. Daarnaast zijn de slagtanden werktuigen waarmee de olifant allerlei zwaar werk kan doen: kuilen graven voor water, de schors van bomen afhalen, dingen wegduwen enz.

De slagtanden van een olifant beginnen te groeien vanaf dat hij 2 jaar oud is (in het begin wordt gesproken van stoottanden). Aziatische vrouwtjesolifanten hebben vaak korte stoottandjes, die je niet of nauwelijks kunt zien, die noemen we tushes. Een volgroeide slagtand is maar voor ongeveer 2/3 te zien, de rest zit binnenin.  Net zoals mensen rechts- of linkshandig zijn, zijn olifanten vaak rechts- of linkstandig, dat wil zeggen dat ze een van hun beide stagtanden meer gebruiken dan de andere. Dit kun je zien wanneer een van beide slagtanden meer afgesleten is dan de andere omdat hij die meer gebruikt. Handig zulke slagtanden, zal je denken. Maar de olifanten hebben er eigenlijk meer problemen mee dan voordelen. Slagtanden zijn namelijk van ivoor en dat is iets wat mensen altijd graag willen hebben. Uit ivoor hebben mensen eeuwenlang allerlei kunstvoorwerpen gemaakt. Ivoor werd het witte goud genoemd. In plaats van het ivoor van dode olifanten op te rapen, hebben mensen altijd olifanten met mooie, grote slagtanden gedood.

Omdat in de tweede helft van de 20ste eeuw heel veel olifanten met grote slagtanden werden gedood, neemt de gemiddelde grootte van slagtanden snel af. Afrikaanse olifanten uit Tsavo National Park hebben een vermindering in de grootte van zijn slagtanden van 21% van de jaren 60 tot de jaren 2000. Dit probleem is zo groot dat bij sommige Afrikaanse bullen die nu geboren worden geen slagtanden groeien! (Afbeelding 5). De allergrootste slagtand die ooit gevonden werd, woog 102 kilo.

Afbeelding 5. Vermindering in de grootte van slagtanden in Afrikaanse olifanten uit Tsavo National Park (A. Bullen en B. Vrouwtjes; Zwarte punten 1966 – 1968 en Rode punten 2005 – 2013 – Rechts) Een Afrikaanse savanne olifant bul zonder slagtanden uit Ngorongoro beschermd gebied.

3.3. Oren
De oren hebben, zoals zoveel lichaamsdelen van de olifant, veel functies. Het horen is natuurlijk het belangrijkste en luisteren kan een olifant heel goed; ze kunnen zelfs geluiden van kilometers verderop horen. Daarnaast werken de oren als een ventilator, om het enorme lichaam van de olifant te koelen. De afmetingen van de oren spelen hierbij een belangrijke rol. De Afrikaanse olifanten leven voornamelijk op de open vlakte en daar is weinig schaduw, dus wapperen de Afrikaanse olifanten met hun oren, waar veel bloedvaten doorheen lopen. Door het wapperen wordt het bloed gekoeld en lichaamswarmte afgevoerd. De huid van de olifant aan de binnenkant van de oren is maar 1 tot 2 mm dik. De Afrikaanse bos-olifant kan in zijn leefomgeving wel schuilen tegen de zon en heeft daarom kleinere oren.

Olifanten gebruiken hun oren ook om te dreigen. Als de oren wijd staan is dat een serieuze waarschuwing en het laat de olifant groter lijken. Ook kleine olifantjes, zoals Mweya op de foto (Figuur 6), laten zien hoe dapper ze zijn door een dreighouding aan te nemen!

Afbeelding 6. (Links) Verschillen tussen de oren van een A. Aziatische en B. Afrikaanse olifant.
(Rechts) Mweya met haar oren wijd uit is een weesolifantje uit Kenia.

3.4. Huid
Olifanten worden ook wel pachyderms (dikhuiden) genoemd, samen met neushoren en nijlpaarden, maar deze oude classificatie wordt niet vaak gebruikt. Maar het zegt iets over de huid van een olifant, het kan tussen 2 en 4 centimeter dik, wat niet zo veel is, als je kijkt naar het enorme dier dat ‘eronder’ zit.

Sommige Aziatische olifanten hebben lichte plekken, vooral op hun slurf en oren. Dit komt door het ouder worden, maar de olifant heeft er geen last van. Deze lichte plekken worden pigmentvlekken genoemd.

Vooral bij de Sri Lankaanse olifant zijn de wit/roze pigmentvlekken kenmerkend voor deze ondersoort van de Aziatische olifant. Sommige olifanten zijn van bij hun geboorte redelijk bleek, de zogenaamde witte olifanten. Maar echt wit zijn ze niet (het zijn geen albino’s, zoals de witte konijntjes die je vaak ziet). In Thailand vinden de mensen deze witte olifanten zo bijzonder, dat ze automatisch eigendom van de koning zijn. Als ze worden gevangen, verblijven ze in speciale stallen in het koninklijk paleis, waar de olifanten een oersaai leven hebben…

Een olifant heeft geen zweet- of talgklieren en daarom moet hij vaak in bad. Daarna nemen olifanten een modder- of een stofbad, om hun huid soepel te houden.

3.5. Skelet
Het is logisch dat olifanten heel stevige botten hebben, om hun enorme lichaam te steunen. De schedel van de olifant is erg groot. Als de schedel even zwaar zouden zijn als de andere botten en beenderen, dan zouden de olifanten hun hoofd bijna niet kunnen optillen. Daarom zitten er holtes in, die gevuld zijn met lucht (sinussen), waardoor het gewicht aanzienlijk verminderd wordt.

Afbeelding 7. Holtes in de schedel van een olifant die zijn gevuld met lucht (sinussen)

Het lijkt leuk, een ritje op de rug van een olifant tijdens een exotische vakantie. Voor veel toeristen staat dit boven aan het verlanglijstje van dingen om ooit nog eens te doen op reis. Maar olifanten hebben hier enorm onder te lijden. Een olifant is sterk en kan veel dragen, maar de rug van een olifant is niet plat zoals van een paard en ze hebben een hoge wervelkolom, dus een gewicht op hun rug schaden de wervelkolom en het weefsel erop. De meeste olifanten die met een houten of ijzeren stellage op hun rug toeristen moeten dragen, kunnen na enige tijd nauwelijks meer lopen, door beschadiging van de rug. Dus nooit op de rug van een olifant rijden! Geloof een verzorger niet als die zegt dat een olifant dit makkelijk kan. Hij liegt!

3.6. Voortbeweging
De poten van de olifanten zijn ronde zuilen, die onderaan plat zijn. Olifanten hebben wel teennagels. Inwendig hebben olifanten eigenlijk ook wel tenen: je zou in feite kunnen zeggen dat een olifant op zijn tenen loopt, maar achter de tenen is alles opgevuld met zachte steunkussens zodat de voetzool een plat vlak wordt. Hierdoor wordt het enorme gewicht van de olifant verdeeld over een groter oppervlak. De poten van een olifant zijn gemaakt om een groot gewicht te kunnen dragen, niet om snel vijanden te kunnen ontlopen. Dat hoeft ook niet, want een olifant heeft vrijwel geen vijanden in de natuur (buiten de mens).

Afbeelding 8. De anatomie van een olifant voet.

Vroeger werd gezegd dat olifanten niet konden rennen, omdat zij nooit zodanig bewogen dat alle ledematen tegelijk van de grond loskwamen. Dat zou een te zware belasting voor hun lichaam zijn. Onderzoekers stelden echter vast dat olifanten een snelheid van 25 km/u kunnen bereiken met steeds drie voeten op de grond. Omdat hun zwaartepunt wel op en neer beweegt, kan dit wel rennen genoemd worden. Het rennen van een olifant is daarbij uniek: hun achterpoten maken een typische renbeweging, hun voorpoten echter niet. Iets wat een olifant beslist niet kan is springen.

3.7. Tanden en kiezen
Olifanten hebben een bijzonder kiezensysteem omdat ze zoveel eten. Ze hebben gedurende hun hele leven steeds nieuwe kiezen nodig. Een kies is over enige tijd versleten en achter deze kies is een nieuwe kies gevormd. Uiteindelijk vervangt deze geleidelijk de vorige kies (Afbeelding 9). Deze vervanging gebeurt vijf keer in een kant van de kaak, dus in totaal worden twintig kiezen geleidelijk vervangen tijdens het leven van een olifant! Een olifantenkies kan meer dan 5 kilo wegen en als de laatste set kiezen afgesleten is (bij een olifant die een normale levensloop heeft gehad, is dat rond zijn zestigste) kan de olifant niet meer behoorlijk kauwen. Dit is het begin van een algehele verzwakking die leidt tot de dood. Dat systeem heeft zich ontwikkeld door het feit dat de onderkaak niet kon meegroeien in verhouding tot de rest van het lichaam, door de plaats die de slurf innam.

Afbeelding 9. De vervanging van kiezen.

3.8. Leeftijd
Onder normale omstandigheden kan een olifant 60 tot 70 jaar oud worden (spijtig genoeg halen tegenwoordig veel olifanten die normale leeftijd niet meer). Na zijn 60ste krijgt een olifant geen nieuwe kiezen meer en dan kan hij veel voedsel niet meer kauwen, waardoor hij verzwakt en uiteindelijk sterft. Het is dus niet zo dat een olifant van honger sterft. De natuurlijke dood van een olifant is ook belangrijk voor het ecosysteem, niet alleen voor roofdieren maar ook planten en de bodem, omdat deze procedure voedingsstoffen teruggeeft aan het ecosysteem.

Er doen enkele verhalen de ronde over “de oudste olifant”. Eén van hen zou de olifant Raja zijn geweest, die leefde als tempelolifant in Kandy op het eiland Sri Lanka. Mensen gaan ervan uit dat hij 82 jaar oud is geworden. In Elephant Nature Park leefde Yui Bua, die volgens de formulieren 104 zou zijn toen zij overleed. Alle leeftijden zijn schattingen, want een burgerlijke stand voor olifanten bestond begin vorige eeuw niet. De belangrijkste natuurlijke doodsoorzaken van olifanten zijn ontstekingen, hart- en vaatziektes, besmettelijke ziektes of gewoon algemene verzwakking als de droogte te lang aanhoudt. Helaas is vaak de belangrijkste doodsoorzaak van olifanten: de mens…

4. Evolutie en verwanten

Ooit leefden er 350 soorten slurfdieren op de aarde. Nu zijn al die soorten uitgestorven, behalve de Afrikaanse bos- en savanne olifant en de Aziatische olifanten. Niet alle van deze dieren hadden ook echt een slurf, maar de meeste wel. De moeritherium bijvoorbeeld, een van de oudste voorvaderen van de slurfdieren, had er geen en was ook veel kleiner. Slurfdieren zijn verwant aan zeekoeien, aardvarkens en klipdassen, ze zitten allemaal in de Superorde als olifanten, Afrotheria (Afbeelding 10).

Afbeelding 10. (Links) Zeekoe. (Middel) Klipdas. (Rechts) Stamboom van de Superorde Afrotheria, Hyacoidea is de orde van de klipdas en Sirenia is de orde van de zeekoe.

Zeekoeien zijn zoogdieren die in zee leven, zoals de walvissen en dolfijnen. Waarschijnlijk hebben de voorouders van de huidige olifanten ook getwijfeld of ze nu in zee of op het land zouden leven (een beetje zoals nijlpaarden). Je kan dat nog zien: olifanten hebben bijvoorbeeld ook bijna geen haar, zoals de zeezoogdieren. Bovendien zijn olifanten heel goede zwemmers en gebruiken ze hun slurf als een snorkel, waardoor ze heel lang onder water kunnen blijven. Uiteindelijk kozen ze voor het land en dat is al wel meer dan 34 miljoen jaar geleden. Ooit waren er dus heel veel slurfdieren, maar de meeste waren geen olifantachtigen (Afbeelding 11). Alleen de mammoet was een echte olifantachtige samen met de moderne olifanten, bij de familie Elephantidae.

Afbeelding 11. De Stamboom van de Proboscidea. Ma = miljoen jaar geleden.

Mammoeten (Geslacht: Mammuthus) was een diersoort die ook in Europa geleefd heeft. Een mammoet had grote kromme slagtanden en een aantal mammoetsoorten had veel haar, zodat ze warm konden blijven in de ijstijd. Soms wordt er nog een mammoet gevonden die bevroren zit in de permafrost. In een aantal musea kun je trouwens volledige skeletten van mammoeten bekijken. Wolharige mammoeten (Soort: Mammuthus primigenius) zijn waarschijnlijk 4.000 jaar geleden uitgestorven, rond dezelfde tijd dat de Egyptenaren de piramides zijn gaan bouwen. De laatste populatie van wolharige mammoeten heeft geleefd op Wrangel Island, aan de noordoostkust van Rusland. De laatste vasteland populatie is uitgestorven rond 10.000 jaar geleden. Het klimaat veranderde, waardoor de grasvlakten waar de mammoeten leefden, langzaamaan veranderden in bossen. Hierdoor vonden de dieren niet genoeg voedsel. Jacht door vroegmoderne mensen was ook een gigantische factor in hun uitsterven, omdat vroegmoderne mensen mammoetvlees hebben gegeten. Ze hebben de slagtanden, botten en pelzen gebruikt om schuilplaatsen en gereedschap van te maken.

5. Gedrag en eetgewoonten

Een olifant is een niet-herkauwende planteneter. Per dag eet een Afrikaanse olifant ongeveer 200 kilo voedsel, een Aziatische iets minder. Zij eten voornamelijk gras of bladeren, maar ook wortels, boomschors, vruchten of ander groen. Olifanten in dierentuinen krijgen doorgaans meer groenten en fruit, dat voedzamer is, waardoor ze minder tijd met eten bezig zijn.

Bij het eten valt nogmaals het nut van de slurf op. Een plukje gras wordt met de slurf uit de grond getrokken, daarna wordt de aarde, tegen de poot, uit het kluitje geklopt en vervolgens wordt het gras in de mond gestoken. Ongeveer de helft van wat een olifant eet, wordt onverteerd uitgescheiden. Dat betekent dat een olifant ongeveer 100 kilo mest per dag levert. Olifantenmest is heel nuttig en vruchtbaar: veel zaden die de olifant heeft opgegeten, worden zo over een groot gebied verspreid. Deze zaden ontkiemen sneller als ze eerst door het lichaam van een olifant zijn gegaan en zo wordt de plantengroei door de olifant eigenlijk verbeterd. Olifanten zijn daardoor feitelijk de boomplanters van de natuur. De mest is niet alleen voor zaden en mestbokken, maar ook voor jonge olifantjes heel nuttig. Jonge olifanten eten soms de mest van volwassene olifanten (coprophagy), het klinkt vies maar het helpt om goede darm enzymen te krijgen om beter te verteren.

Toch kunnen grote groepen olifanten op een te klein gebied de plantengroei uiteraard snel afbreken. Vroeger, toen het milieu nog normaal en evenwichtig was, kon dat geen kwaad. Er was ruimte genoeg voor de olifanten en voor de andere dieren; de plantengroei herstelde zich snel. Nu zitten olifanten vaak in te kleine gebieden en dan hebben de bladeren aan de bomen en struiken soms niet voldoende tijd om aan te groeien. Maar de natuur herstelt zichzelf. Als er (veel) minder voedsel is, sterven de zwakste olifanten en de sterken blijven in leven. Ook worden in die periode weinig of geen jongen geboren. Hierdoor wordt na enige tijd het evenwicht hersteld en groeien de bladeren aan de bomen en struiken weer aan. Menselijk ingrijpen, door olifanten dood te schieten, is volkomen overbodig. Een boom of struik die de tijd krijgt, loopt vanzelf weer uit. Een doodgeschoten olifant staat nooit meer op. De beste manier om een te hoge populatie olifanten te verminderen is om het leefgebied van de olifanten uit te breiden. De populatie olifanten is tegenwoordig een fractie van wat er een aantal jaren geleden nog was. Het enige zoogdier dat zich ongestoord voortplant is de mens, niet de olifant, noch enig ander zoogdieren in het wild.

Een olifant drinkt tussen de 70 en 160 liter water per dag. Drinkplaatsen zijn erg belangrijk voor olifanten, het zijn ontmoetingsplaatsen waar ze vaak ook gezellig samen in bad gaan. Bij droogte weet de olifant waar water te vinden is en graaft een kuil om grondwater naar boven te halen. Nadat de olifanten hun dorst gelest hebben, blijft er nog water over voor andere dieren om te drinken, die anders zouden omkomen van de dorst.

6. Intelligentie, geheugen en gevoelens

Olifanten behoren tot de intelligente dieren. Mensen denken dat zij de intelligentste wezens zijn, maar dat is niet zo. Omdat een olifant z’n verstand op een andere manier gebruikt dan de mens, maakt het hem niet minder intelligent dan de mens. Onder intelligentie wordt verstaan; het vermogen om na te denken, afwegingen te kunnen maken en op onvoorziene situaties snel te kunnen reageren. Het is bekend dat olifanten gereedschappen gebruiken en kennis doorgeven aan jongere generaties. De matriarch heeft binnen een kudde de meeste kennis en geeft deze kennis door aan haar opvolgster.

Dat een olifant een heel goed geheugen heeft is bekend. Olifanten kunnen soortgenoten en mensen na vele jaren herkennen. Ze kunnen zich leuke en vervelende gebeurtenissen uit het verre verleden herinneren en ze weten heel goed wie vriend of vijand is, als ze later oude bekenden tegenkomen. Matriarchen weten uit eigen ervaring, of van wat ze van de vorige matriarch geleerd hebben, waar bij droge periodes voedsel en water te vinden zijn.

Vroeger dachten veel mensen dat dieren geen gevoelens hadden en dat alleen mensen emoties konden hebben. Nu weten we dat dit niet waar is. Ervaren onderzoekers (zoals Joyce Poole en Cynthia Moss, die hun hele leven olifanten bestuderen) hebben aangetoond dat een olifant elke emotie heeft die mensen ook hebben. Olifanten kunnen spelen, gek doen, boos of verdrietig zijn en ook verliefd worden. Olifanten helpen elkaar en zullen een lid van de groep proberen te redden, ook al brengen ze zichzelf daarbij in gevaar. Olifanten zijn werkelijk blij als ze bevriende dieren tegenkomen en echt bedroefd als er een olifant sterft. Olifanten blijven vaak heel lang bij dode familieleden, alsof ze echt geen afscheid willen of kunnen nemen. Soms leggen ze zelfs takken en bladeren op hen, alsof ze hun overleden familieleden willen begraven. Als olifanten beenderen van dode soortgenoten tegenkomen, gaan ze die vaak erg lang besnuffelen en bekijken. Waarschijnlijk weten ze zelfs nog wie die dode olifant was en halen ze herinneringen op over dat dier. Mensen die in dierentuinen met olifanten werken, zeggen dat olifanten van verdriet kunnen huilen. Misschien beseffen mensen al heel lang dat olifanten gevoelens hebben en vinden velen daardoor de olifanten zulke bijzondere dieren.

7. Communicatie bij olifanten

7.1. Praten met olifanten
Een onderzoeker die de olifantentaal verstaat is Joyce Poole, die het grootste deel van haar leven met olifanten in het wild gewerkt heeft. Jaren geleden bestudeerde zij bullen in Amboseli National Park in Kenia. Joyce verstaat niet alleen veel van de boodschappen die olifanten onderling uitwisselen, maar kan ook verschillende olifantengeluiden nadoen, die olifanten verstaan en begrijpen wat zij bedoelt. De Amerikaanse onderzoeker Katy Payne bestudeerde de olifantentaal lange tijd in dierenparken en heeft ontdekt wat de olifanten daar ongeveer tegen elkaar zeggen. Ze kan vaststellen welk geluid een babyolifantje maakt als hij melk wil, als olifanten verrast zijn of elkaar willen geruststellen, als de matriarch de kudde bijeen wil roepen of als ze bullen wil vertellen om voorzichtiger te lopen als ze de kudde bezoeken om niet per ongeluk een kleintje pijn te doen, enz. Misschien praten olifanten wel met elkaar net zoals mensen dat doen. Katy Payne hoopt ooit de hele olifantentaal te ontcijferen en misschien kunnen mensen dan wel met olifanten praten.

Wie veel contact heeft met olifanten kan in meer of mindere mate met olifanten communiceren. Zoals wetenschappers die onderzoek doen naar olifanten, verzorgers van olifanten en vaste bezoekers van dierenparken, die veel tijd bij de olifanten doorbrengen.

7.2. Trillingen
Wetenschappers hebben ontdekt dat de voetzolen van olifanten heel gevoelig zijn voor grondtrillingen. Het gedreun van een stampvoetende olifant of een wegrennende kudde kan gevoeld worden door olifanten die tientallen kilometers verderop zijn. Ze kunnen ook lage frequentie geluiden maken met hun strottenhoofd. Olifanten kunnen zo waarschijnlijk boodschappen aan elkaar doorgeven, terwijl ze zich op grote afstand van elkaar bevinden op een frequentie die andere dieren meestal kunnen niet horen (Afbeelding 12). In ieder geval worden ze gewaarschuwd als ze voelen dat een kudde in de buurt in paniek wegvlucht.

Afbeelding 12. De frequentie van olifant infrasone vergeleken met mensen en vleermuizen.

7.3. Telepathie
Telepathie, de communicatie van emoties zonder aanraking of geluid, is bij olifanten meer ontwikkeld. Dit werd o.a. zichtbaar bij Laurence Anthony, een natuurbeschermer en auteur, toen hij in 2012 overleed. Zijn dood werd betreurd, niet alleen bij mensen, maar ook bij olifanten die hij in het verleden heeft gered. Olifanten zijn naar zijn huis in KwaZulu gegaan en ze zijn daar twee dagen gebleven. Wellicht is dit het bewijs voor telepathie bij olifanten, maar dit is nooit onderzocht.

8. Het sociale leven van de kudde

Een olifant is een heel sociaal dier, dat wil zeggen dat ze graag bij hun soortgenoten zijn en eigenlijk niet alleen kunnen leven. Tenminste, de meeste vrouwelijke olifanten. Zoals eerder gemeld, zijn Afrikaanse bosolifanten minder sociaal dan savanne olifanten, alhoewel ze wel contact nodig hebben.

Het sociale leven van de olifanten is de afgelopen 30 jaar enorm veranderd. De kuddes waarin olifanten leven, bestaan eigenlijk alleen uit vrouwtjes en hun jongen. Tegenwoordig zijn er vaak niet meer dan tien leden in een kudde; sommige bestaan uit 3 of 4 olifanten, anderen 18 tot 20 olifanten. In moeilijke tijden, zoals bij droogte komen kuddes samen en vormen ze groepen van 200 of meer olifanten. Het oudste en meest wijze vrouwtje is de leidster: de matriarch. De andere olifanten in haar kudde zijn zussen, dochters, nichten, kleindochters en kleinzoontjes van haar. De bullen leven vaak alleen of in kleine bullengroepen. Dat betekent dat een bul op een bepaald moment uit de kudde moet. Als hij ongeveer 10 jaar oud is, gaat hij al geregeld alleen op stap. Als hij te lang bij de kudde blijft, wordt hij weggestuurd en moet hij de kudde verlaten: alleen de meisjes blijven!

Uiteraard komen er geregeld (andere) bullen naar de vrouwtjeskuddes, want anders zouden er geen nieuwe olifantjes meer komen. Olifantenkuddes zijn vaak goed bevriend met andere groepen. Wellicht zijn de matriarchen wel zussen of nichten van elkaar, die ieder hun eigen weg zijn gegaan. Soms trekken ze dan een tijd samen op. Bij iedere ontmoeting is er telkens een heel uitgebreide begroeting. De kudde doet meestal alles samen: als de matriarch rust, dan doen de anderen dat ook; als de matriarch naar de drinkplaats gaat, volgt de rest. Het is belangrijk dat de groep een goede bescherming vormt voor de kleintjes, want een kleine olifant kan door een leeuw gedood worden. Maar met alle grote olifanten om zich heen is de kleine veilig!

9. Opgroeien

Voortplanting en zorg voor de jongen.

Een vrouwelijke olifant is vruchtbaar vanaf ongeveer 10 jaar oud, maar in normale omstandigheden raakt ze voor het eerst zwanger als ze 12 tot 14 jaar is en gewoonlijk krijgt ze geen jongen meer na haar vijf-en-vijftigste. Als een vrouwtje vruchtbaar is, dan komt er een bul op de kudde af en vaak wel meer dan een. Het vrouwtje kiest dan voor de sterkste bul, want ze wil dat haar nageslacht ook sterk is.

Omdat alle vrouwtjes die op dat moment vruchtbaar zijn de sterkste bul willen, zouden er problemen kunnen ontstaan. Dan zouden alle olifantjes die in een bepaalde tijd geboren zijn dezelfde vader hebben en dan halfbroer of halfzus van elkaar zijn. De natuur heeft dat probleem opgelost. De bullen raken om de beurt in een speciale toestand, die ‘musth’ genoemd wordt. Als een bul in musth is, dan heeft hij tijdelijk meer mannelijke hormonen en is hij heel wild, stoer en sterk; de andere bullen gaan voor hem uit de weg. Er zijn zoveel hormonen op dat moment, dat de hormonen uit de zijkant van het hoofd druppelen van de bul (Afbeelding 13). Een bul in musth is voor een olifantvrouwtje onweerstaanbaar. Omdat iedere bul om de beurt in musth is, worden ze ook om de beurt vader. Soms zijn er wel eens twee grote olifanten tegelijk in musth en als die dan hetzelfde vrouwtje willen, dan is het vechten! Met hun grote slagtanden zijn deze bullen echte levende tanks. Soms loopt zo’n gevecht slecht af voor de verliezer. Echt gigantische oude bullen intimideren jonge bullen en deze jonge bullen kunnen niet paren tot ze ouder zijn.

Afbeelding 13. Een Aziatische olifant bul in musth.

In goede omstandigheden krijgt een vrouwtje om de vier jaar een jong. Maar als er te weinig voedsel is, worden er minder baby’s geboren. In sommige gebieden zijn er te weinig bullen (als er veel bullen door stropers voor hun ivoor zijn gedood) en dan vinden de vrouwtjes vaak geen partner, waardoor de populatie daalt. De zwangerschap van een olifant duurt 22 maanden bij Afrikaanse olifanten en 21 maanden bij Aziatische olifanten. Meestal is er maar één baby per zwangerschap, maar een tweeling is ook mogelijk. Bij de geboorte weegt een babyolifantje gemiddeld rond de 100 kilo. Dat lijkt veel, maar toch is het minder dan een dertigste van zijn volwassen gewicht. In een olifantenkudde wordt er door moeder en tantes heel goed voor de kleine olifant gezorgd. Hoe meer tantes er zijn, hoe rustiger de moeder het heeft. Kleine olifantjes zijn vaak heel speels en moeten goed in de gaten worden gehouden.

In de eerste maanden drinkt een baby-olifantje alleen moedermelk, na ongeveer vier maanden begint hij ook wat gras te eten en leert hij langzaamaan met zijn slurfje te drinken. Wanneer een baby-olifantje door omstandigheden alleen komt te staan en door mensen wordt grootgebracht, zoals dat gebeurt in de olifantjesweeshuizen, mag het babyolifantje geen koeienmelk gegeven worden. Er is een goede melkformule ontwikkeld, zodat de kleine diertjes niet meer ziek worden van verkeerde melk.

Een olifantje heeft een lange jeugd, net zoals mensenkinderen. Zij moeten ook alles leren, ook hoe ze hun slurf moeten gebruiken. Sommige diersoorten weten wat ze moeten doen vanuit hun instinct. Een olifantje moet opgevoed worden om te kunnen leven als een volwassen olifant: hoe je je moet gedragen, wat kun je wel en niet eten en waar vind je het beste eten en drinken. In het olifantjes weeshuis worden de jonge olifantjes begeleid door oudere olifanten en gaan ze uiteindelijk als zelfstandige olifanten terug naar de natuur.

10. Leefgebieden

Ongeveer 70 jaar geleden leefden er Afrikaanse olifanten in bijna alle landen ten zuiden van de grote Sahara-woestijn in ruime aantallen. Tegenwoordig zijn er niet zoveel olifanten meer over in het westen van Afrika. In het midden van Afrika zijn er nog wel olifanten, maar hun aantallen zijn klein. In de ‘punt’ van Afrika —het zuidelijke deel— leven er nog grotere aantallen savanne-olifanten in beschermde gebieden. De bos-olifant leeft teruggetrokken in bossen, omdat ze in “de beschermde gebieden” (waar een hek omheen staat en ze er moeilijk uit kunnen) veel doodgeschoten zijn. De burgeroorlog in Congo heeft een grote invloed op de populatie en stroperij van bosolifanten gehad.

In Azië komt de olifant nog in het wild voor op het eiland Sri Lanka, in bepaalde delen van India, in Nepal, Bangladesh, Thailand, Birma en Maleisië. En in kleine gebieden van Cambodja, China, Laos, Vietnam en Indonesië. Het precieze aantal olifanten is niet bekend. Verscheidene pogingen om ze te tellen, en om dan een aantal te schatten, leveren cijfers op die nogal van elkaar verschillen.

Afbeelding 14. Het gebied van Afrikaanse olifanten (links) en Aziatische olifanten (rechts).

Wat wel duidelijk is, is dat het aantal olifanten enorm afneemt. Vóór de Europese kolonisatie van Afrika waren er naar schatting nog 20 miljoen Afrikaanse olifanten. In 1970 nog slechts 1 miljoen en nu denkt men dat er ongeveer 300.000 tot 350.000 over zijn, met een dieptepunt in de 1980s. Er was een herstel van dit dieptepunt tussen 1995 en 2007, maar er is nu weer een vermindering sinds 2007. In 1900 waren er waarschijnlijk nog 200.000 Aziatische olifanten, in 1991 waren er misschien nog 50.000 (waarvan 15.000 in gevangenschap) en nu wordt het aantal geschat op 30.000 tot 50.000. In bepaalde landen waar olifanten altijd geleefd hebben, zoals Vietnam, zijn er nu nog maar een honderdtal over.

Een gigantisch probleem voor dwergolifanten is dat populaties meer en meer gefragmenteerd zijn en dat betekent dat er geen genstroom is met andere populaties. Als er minder genstroom is tussen populaties, komen vaker genetische ziekten voor.

11. Olifanten en mensen

Het gaat niet goed met de olifanten. Je kon al lezen dat hun aantal sterk verminderd is in de afgelopen jaren. De olifant loopt gevaar om, net als de mammoet, ooit uit te sterven. Op de eerste plaats hebben veel olifanten ivoren slagtanden en dat hebben mensen altijd al willen hebben. De primitieve mensen wilden niet alleen het vlees van de mammoet, zij wilden ook al het prachtige ivoor om allerlei mooie dingen van te maken.

Enkele van de oudste beeldhouwwerkjes ter wereld zijn ivoren beeldjes van 32.000 jaar oud. De Romeinen doodden duizenden olifanten voor hun ivoor en maakten er zelfs tafels en bedden van. In het noorden werden de Afrikaanse olifanten (Loxodonta africana pharaohensis) door de Romeinen uitgeroeid. Zeker in de 19de eeuw werd de jacht op de olifant voor het ivoor weer erg: zowel in Azië als in Afrika. Vooral in Japan en China werden kunstvoorwerpen uit ivoor gemaakt. In de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw werd een nieuw hoogtepunt in de ivoorjacht bereikt. Alhoewel er internationale afspraken waren om maar beperkte aantallen olifanten voor hun ivoor te doden, werd er zonder beperkingen gemoord.

Afbeelding 15. De eerste keer dat ivoor werd verbrand in publiek door de toenmalige president van Kenia, Daniel Arap Moi in juni 1989.

In Azië, waar alleen de bullen slagtanden hebben, zorgde dat voor verstoring van het evenwicht tussen de geslachten. De meeste olifanten werden gedood door mensen die daar helemaal geen toestemming voor hadden: stropers. In 1989 vonden gelukkig genoeg mensen dat het zo niet verder kon. De CITES, een internationale conferentie, verbood het in- en het uitvoeren van ivoor totaal. Dat wil zeggen, als je hier nog een ivoren voorwerpje hebt, mag je het niet naar een ander land brengen. Onmiddellijk daalde het ivoor in waarde en de stroperijen namen af. De presidenten van Kenia, Moi (juni 1989) en Kibaki (juli 2011), staken als symbool een grote stapel slagtanden in brand (Afbeelding 15). De wereld moest beseffen dat ivoor niet iets moois is; achter ieder stuk ivoor zit een vermoorde olifant. Waren de olifanten nu gered? Vele landen in het zuiden van Afrika hadden echter nog een hele voorraad ivoor liggen. Vooral in Japan willen veel mensen ivoor kopen. Japanners maken van het ivoor namelijk eetstokjes en handtekeningenstempels, als statussymbool. In 2008 mochten Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe ruim 100.000 kilo ivoor verkopen aan Japan en China. Vele stropers zagen kans om weer veel geld te verdienen met de ivoorhandel en opnieuw werden veel olifanten vermoord, vooral aangemoedigd door Chinese ivoorhandelaren. Hoewel de handel in ivoor officieel verboden is kan de CITES de verkoop van ivoor weer toelaten, geheel of gedeeltelijk. Die dreiging blijft dus boven de hoofden van de olifanten hangen. Pas als de handel en het bewerken van ivoor totaal verboden is, is dit gevaar voor de olifanten weg.

Op de tweede plaats zijn olifanten grote dieren; ze hebben veel voedsel en ruimte nodig. Er zijn veel mensen en er komen steeds meer mensen bij. Grote groepen mensen hebben ook veel voedsel en ruimte nodig. In de landen waar de olifanten leven, zijn de mensen niet rijk. Het zijn bijna allemaal ontwikkelingslanden. Zeker in Azië, dat nog dichter bevolkt is dan Afrika, gaat het daarom slecht met de olifant. Mensen eisen gewoon veel te veel gebieden voor zichzelf op, zodat er geen plaats meer is voor de olifant en andere dieren. Het gebeurt dan ook wel eens dat olifanten een rijstveld van de mensen leegeten, omdat deze rijst verbouwd is in een gebied wat van oudsher het voedselgebied van de olifanten was. Op een nacht kunnen de olifanten het voedsel van een hele familie voor een heel jaar opeten. De boeren in Azië en Afrika proberen dan ook alles om de olifanten weg te jagen en zelfs om ze te doden. Meer en meer vinden we olifanten alleen in kleine, beschermde gebieden, zoals in zuidelijk Afrika.

Zoals je al eerder kon lezen, bestaat dan het gevaar dat er veel olifanten in een te klein gebied komen. Het gebeurt soms dat de overheid dat probleem dan oplost door gewoon een aantal olifanten dood te schieten. Uiteraard vinden dierenliefhebbers en natuurbeschermers dat onaanvaardbaar. Bovendien worden de olifanten hierdoor gevaarlijk en schuw. Het verlies van woongebied is het grootste probleem voor Aziatische en Afrikaanse olifanten.

Oplossingen

  1. Ivoor mag niet meer worden gebruikt. Het is inderdaad een mooi materiaal, maar daarvoor mogen geen olifanten meer worden gedood. Alleen een olifant heeft nog het recht om ivoor te hebben. In principe zouden we kunnen zeggen: het ivoor van olifanten die gewoon gestorven zijn, mogen we toch gebruiken, maar dat werkt niet. Hoe kan je nu aan een slagtand zien hoe en waar die olifant gestorven is? Kunstvoorwerpjes uit andere materialen zijn ook mooi: zo is er bijvoorbeeld het ivoor van de ivoornoot en zijn er verscheidene soorten kunststof die sterk op ivoor lijken.
  2. Veel mensen houden van olifanten en willen die dan ook in het wild gaan bewonderen. Als er veel toeristen naar Afrika en Azië gaan om op safari te gaan, beseffen de mensen uit die landen inderdaad dat levende olifanten veel meer geld kunnen opbrengen dan dode olifanten. Uiteraard zijn er gevaren verbonden aan het massatoerisme naar die gebieden. Zulke bezoeken aan natuurgebieden moeten steeds rustig verlopen en er mag geen rommel worden gemaakt.
  3. Als er in een bepaald gebied olifanten te veel zijn, is het wellicht het verstandigste om ze te verplaatsen naar die gebieden waar de olifanten weg zijn. Uiteraard pak je een olifant niet zomaar op om hem ergens anders neer te zetten. Dat is een dure zaak. Maar als de mens de olifant echt wil behouden, zal het wel moeten. Bovendien is het mogelijk om in die overbevolkte gebieden, de vrouwtjesolifanten een injectie te geven, waardoor zij tijdelijk niet meer zwanger kunnen worden. Ideaal is het allemaal niet, maar het is in ieder geval veel beter dan het doodschieten van olifanten.
  4. De onderlinge verbinding van nationale parken is kritisch voor de olifant, omdat er plekken zijn waar er te veel zijn of juist te weinig olifanten. Als olifanten kunnen bewegen tussen nationale parken zou het de verspreiding van de bevolking enorm helpen en zou het helpen om genetisch geïsoleerde populaties te voorkomen.

12. Bescherming van olifanten

De natuurbeschermingsorganisatie die zich in Nederland en Vlaanderen inzet voor de bescherming van de olifanten is Vrienden van de Olifant. Vrienden van de Olifant heeft gekozen voor steun aan concrete projecten. Ook werken we samen met collega-organisaties in het buitenland.

De belangrijkste projecten zijn 3 olifantjes weeshuizen: een op Sri Lanka, een in Zambia en een in Kenia. In deze weeshuizen worden jonge- en babyolifantjes opgevangen en verzorgd, die hun moeder en kudde zijn kwijtgeraakt. Als eerste worden deze olifantjes door een dierenarts onderzocht en krijgen ze medicijnen of speciale voeding als dat nodig is. Het belangrijkste is dat ze melk drinken. Want vaak hebben de kleine olifantjes, toen ze alleen kwamen te staan, geen moedermelk meer gekregen.

Daarnaast steunen we Elephant Nature Park in Thailand, om de olifanten in Azië te beschermen. Zodra dat mogelijk is, willen we een beschermingsproject voor de Borneose dwergolifant steunen. Wie Elephant Nature Park steunt, wordt Olifantbeschermer genoemd. Als we meer Olifantbeschermers hebben komen daar beschermingsprojecten in India, op Borneo, op Sumatra en in Vietnam bij.

De Afrikaanse olifant wordt beschermd door STEP (South Tanzania Elephant Project), die door Vrienden van de Olifant wordt gesteund. Wie STEP steunt wordt Askari’s genoemd (wat ‘beschermer’ in het Swahili betekent). Als er meer Askari’s bijkomen, kunnen we meer Afrikaanse projecten helpen.

12.1. Jij kunt daarbij helpen
Bijvoorbeeld door peetouder van een weesolifantje te worden. Jij zelf, of samen met de hele klas. Ook als Olifantbeschermer of als Askari kun je een steentje bijdragen. En wanneer je je als Vriend aanmeldt, stel je ons in staat om ons werk te doen. Zo steun je in feite alle activiteiten voor de bescherming van de olifanten. Uiteraard kun je ook donateur worden.

Scroll naar boven